Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
r32
NEDE «.DUITSGHE
2. Nadere ver deeling van de werH'gorden, in
bedrijvende, lijdende, omijdtge , wederkee-
rige cn onpersoonlijke.
S, 264. I. Een bedrijvend werkwoord is zulk
eeu, dat eene werking aanduidt, welke van het
werkende wezen op een'ander voorwerp overgaat,
als: beminnen, haten, slaan, dragen enz. Het
vordert derhalve twee zelfstandige dingen , waarvan
het eene aU werkend, het andere als lijdend, of
bewerkt wordend voarkomt. Wanneer men, bij
voorbeeld, zegt: de vader onderwijst zijnen zoon,
dan is onderwijzen, ongetwijfeld , een bedrijvend
werkwoord, dekvijl het e«ne werkelijke handeling
aaaduidt, welke een voorwerp buiten zich behoeft,
waarop zij overgaat; want wij hebben geen denk«
beeld van onderwijzen, zonder ons tevens iemand
voor te stellen, die onderwezen wordt
§, 065. Men kent alle volstrekt bedrijvende en tot
andere voorwerpen overgaande werkwoorden, in-
zonderheid , daaraan, dat zij altoos in den lijden-
den vorm kunnen overgebragt worden. Zoo is, bij
voorbeeld , onderwijzen een bedrijvend werkwoord ,
■pok daarom , dewijl men het gezegde de vader on-
dirwijst den zoon in den lijdenden vorm kan bren-
gen : de zoon wordt onderwezen door den vader.
Zoo zegt men ook: ik gaf hem het geld, en om-
gekeerd: ha geld werd hem gegeven door mij. Eu
al die werkwoorden, bij welke dit plaats vindt,
warden bedrijvende werkwoorden genoemd.
S' 266t