Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
158 NE D ERDUITSCHE
5. aöi. Eene andere soort van onregelmatige
ivoorden is die, welke, in de vervoeging, van
den gewonen regel afwijkt. Zoo missen , bij voor-
beeld, kunnen, willen, mogen, moeten, volgens
den aard hunner beteekenis, de gebiedende wijs;
terwijl de drie eersten eene uitzondering op dien
rtgel maken, volgens welken de derde persoon
van den tegenwoordigen tijd der aantoonende wijs,
in het enkelvoudige getal, altijd met eene t beslo-
ten wordt, daar dezen, intnsschen, hi} kan, wil
en mag hebben. Zoo ook wijken plegen, brengen,
denken, dunken, koopen en zoeken, even als mo'
gen, van dien regel af, welke zegt, dat de werk-
woorden , die, in het zakelijke deel der onbepaal-
de wijs, geene t hebben, in den eersten en der-
den persoon van den onvolmaakt verledenen tijd
der aantoonende wijs, in het enkelvoudige getal,
zonder t gebezigd worden, terwijl plegen, ik plagt,
hij pla^t, brengen, ik bragt, hij bragt, denken,
ik dacht, hij dacht, dunken, mij dach^, koopen,
ik kocht, hij kocht, zoeken, ik zocht, hij zocht,
heeft.
§, 262. Tot de onregelmatige werkwoorden wor-
den inzonderheid de hulpwoorden gebragt, strek-
kende, om den Nederduitschen werkwoorden, in
hetgene aan derzelver vorm en tijden ontbreekt,
te hulp te komen. Zij zijn de volgende vier: heb'
ben, Tijn, zullen, worden', en zij worden hulp-^
V/oorden genoemd, alleen in zoo verre, als zij tot
koven gemelde einde dienen, bij voorbeeld: ik heb
ge.