Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
7
Het voornaamwoord die, die, dat wordt gebo-
gen, als wie, wie, wat.
GKNE
Mannelijk.
I. Gene,
s. Genes,
3. Genen,
4. Genen»
Mannelijk.
1. Gene,
2. Gener,
3. Genen,
4. Gene»
Enkelvoudig.
Vrouwelijk.
Gene,
Gener,
Gene ,
Gene.
Meervoudig.
Vrouwelijk»
Gene,
Gener,
Gene, gener,
Gene,
Onzijdig.
Gene,
Genes ,
Genen, gene,
Gene,
Onzijdig.
Zoo als in het
mannelijke ge-
slacht,
Degenen en diegenen worden verbogen , als gene,
terwijl de voorgeplaatste de en die aan gene ge-
hecht blijven, en echter hunne buiging behouden;
en dus worden zij, gelijk ook dezelve, dezelfde,
tegen den aard van zamengestelde woorden, zoo
verbogen, als of zij niet zamengesteld waren; bij
voorbeeld: 1. degene, degene, hetgene, oi hetgeen,
2. desgenen, van dengenen, der gene, van degene,
enz., I. Diegene, diegene, datgene, a. Diensge-
nen, van dicngetun, diergene, van diegene enz.
H 3 241.