Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
3
geval, van welk getal of geslacht de zfiken zijn:
wat zegt gij^ IVat zoekt gij? Wanneer men eigen-
lijk den aard, of de hoedanigheid van eenen per-
soon of eene zaak bedoelt, dan vraagt men, met
het voornaamwoord hoedanig: hoedanige man —
hoedanige vrouw heeft u dat verhaald^ Het voor-
naamwoord wie, daarentegen, kan nooit een zelf-
standig naamwoord bij zich hebben.
233. Wanneer het nic bepalende lidwoord
een op welke en hoedanige volat, dan verliepen de-
ze laatsten de en blijven welk, hoedanig, in alle
geslachten en naamvallen: welk een man was daar ?
Hoedanig eenen tuin zoudt gi' ver kiezenOok, wan-
neer eene verwo idering in eene vraag ingekleed wordt:
welk een man! welk eene deugd! welk een raadsel!
234 Door middel van het voorzetsel voor,
cn het lidwoord een, vraagt men, met wat, zeer
bepaald naar den aard en de gesteldheid van per-
sonen of zaken : vat voor een man is dat ? Wat
voor een boek zoekt gijl In het meervoud valt het
lidwoord natuurlijk weg: wat voor viouwen en man-
nen metnt gijl Ook wordt wat, zonder een'ge
bijvoeging, bij personen of zaken gebruikt: wat
man, wat vrouw is daar 'i
§. 135. IVie en welke worden , op de volgende
wijs, verbogen:
Enkelvoudig.
Mannelijk. \rouweIijk. Onzijdig.'
1. Wie, Wie, Wat,
2. Wiens, H'ier, klims {van wai"),
i} 3. Wian,