Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
loi
D. OVER DE voornaamwoorden.
I. Derzelver aard en getal.
210. Om de namen der personen ot ^aken,
welke voorwerpen Jer onderhandeling Zun, niet
zoo dikwerf te herhalen, ais de voorwerpen de»
gespreks genoemd moeten worden, zijn er woor-
den, welke de plaats der zelfstandige naamwoor-
den, die eenen persoon, of eene zaak aanduiden,
vervangen, en den naam van voornaamwoorden
dragen. Zij worden gemeenlijk in deze zes soor-
ten verdeeld, i. persoonlijke: ik, gij, hij enz.;
a. weder keer etide: zich, zijn enz.; 3. bezittelijke i
mijn, uw enz.; 4. vragende: wie^ vat enz.;
5. aanwijzende: deze, die enz.; 6. betrekkelijke;
die, welke enz. Over iedere dezer soorten zullen
wij straks afzonderlijk handelen.
211. De voornaamwoorden duiden geene ei-
genschappen eener zaak aan, dewijl zij dan bij-
voegelijke naamwoorden zouden wezen, maar ze-
kere toevallige en veranderlijke betrekkingen,
waarin dezelve zich, op het tijdstip der handeling,
bevindt. Degene, die thans spreekt, en derhal-
ve ik is, kan, in het volgende oogenblik, de
aangesprokene persoon, en derhalve gij en, het
daarop volgende oogenblik, de «(wezende per-
soon, of hij, zij, het zijn. Wet|;ecu tegenwoor-
G ^ dTg