Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
nEderduitschE
4. Fonrheelden van verbuiging van zelfstandige
naamwoorden met hunne lidwoorden en bij-
voegelijke naamwoorden.
§. 204. Met een lidwoord.
Enkelvoudig.
Mannelijk Vrouwelijk. Onzijdig*
1. De leeuw. De daad. Het veld,
2. Des leeuws, Der daad. Des velds,
3. Den leeuw. De, der daad. Den velde',
het veld.
De daad»
4. Den leeuw.
Het veld;
Meervo-idig.
Mannelijk. Vrouwelijk, Onzijdig.
1. De leeuwen. De daden. De velden,
2. Der leeuwen. Der daden. Der velden,
3. Den leeuwen. De, der daden. Den velden,
4. De leeuwen. De daden. De velden,
§. 205. Met een lidwoord en bijvoegelijk naam-
woord.
Enkelvoudig.
Vrouwelijk Onzijdig.
De hreede deur. Het dikke boek.
Mannelijk.
1, De schoone
inktkoker ,
2. Des schoonen Der breede deur. Des dikken boeks,
inktkokers,
3. Den schoonen De, der hreede Dm dikken hoeke ,
inktkoker, deur, het dikke bctk,
4, Den schoonen De breede deur. Het dikke boek.
inktkoker.
/
Meer-