Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 nederduitsche
eenen grooten krifgsman vooruit treden; hij is de
onderdaan van eenen goeden koning enz. (f).
189. Sommige bijvoegelijite naamwoorden
worden niet verbogen, maar blijven, in alle
naamvallen, onveranderd. Daartoe behooren, i.
allerlei, velerlei, allerhande, velerhande, bij voor-
beeld : geschriften van allerlei aard-, velerlei soor-
ten van appelen; allerhande menschen enz ; a. zul-
ke, welke de stof der dingen aanduiden, endaar-
om stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden genoemd
worden, als: gouden, zilveren, tinnen, koperen,
ijzeren, houten, marmeren enz,; bij voorbeeld:
een zilveren lepel, zilveren lepels •, cenc marmeren
tafel, marmeren tafels', een zijden, wollen kleed,
zijden, vollen kleeden enz.; 3. die, welke van
een land, of eene stad, ontkend y-ijn, en op er
uitgaan, als: Straatsburger snuif, Hamburger rib,
Amsterdammer schippers enz.
j90. Wanneer telwoorden, tot bijvoegelijke
naamwoorden gevormd, ter vermeerdering van
het getal, met andere telwoorden verbonden wor-
den, wordt het laatste alleen verbogen, terwijl
de overige onveranderd blijven, als: de een en
üertigste — de drie honderd zes en veertigste —
de zeven duizend acht honderd negen en zestig-
ste — den honderd drie en veertigsten psalm,
enz,
S. 191. De bijvotgelijke naamwoorden, achter
hun-
(1) Zie ook L, TEN KATE, D. I,, bi. 3ö8 en verv.
üSfii