Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST* 3?
178. De uitgang zaam, achter een zelfstandig
naamwoord gevoegd, heeft de beteekenis van ge»
l^kheid, ook van geneigdheid tot iets, als: acht'
zaam, deugdzaam, grouwzaam (van het oude
grouv, voor grouvcl) enz.; achter het zakelijli«
deel eens werkwoords geplaatst, duidt deze uit-
gang de geschiktheid, of het vermogen van iets
te doen aan, als: leerzaam, groeizaam, verdraag'
zaam enz.
179. De uitgang achtig drukt eenige gelijk-
lieid, of overeenkomst uit, en dient, om aan te
duiden, dat de zaak als zoodanig geacht, of daar-
voor moet gehouden worden, als: aardachtig,
witachtig, zwartachtig enz., welke den klemtoon
op het naamwoord, of de eerste lettergreep, ont-
vangen. Deelachtig, waarachtig, woonachtig, daar-
entegen, zijn voor deelhaftig, waar haf tig, woon-
haftig, beteekenen, eigenlijk, deelhebbende, het
ware hebbende, woon hebbende, en ontvangen den
klemtoon op den uitgang.
S- iBo. De uitgang haftig duidt aan, dat iets
waarlijk de eigenschap eener zaak heeft; van het
oude haven, nu hebben, nog overig in handhaven.
De daardoor gevormde bijvoegelijke naamwoorden
zijn bij ons: ernsthaftig, heldhaftig, krijgshaftig,
manhaftig, naamhaftig enz.; in alle welke woor-
den de nadruk der uitspraak op den uitgang valt,
even als in die, welke achtig, \QOthaftig, hebben.
181. Nog dient hier iets van den uitgang
bij verkorting voor isch, gezegd te worden, als
F 3 zijn-