Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
8i
§. 167. Wanneer ik daarentegen zeg: geef triij
een boek, dan spreek ik onbepaald, en laat de
keus, welk boek men mij wil geven, geheel vrij,
indien men mij slechts datgeen geeft, hetwelk
ik mij, onder den naam van hoek, voorstel.
168. Nog sterker vallen de verschillende zins-
bepalingen, door middel van de lidwoorden, in
het oog, wanneer wij twee zelfstandige naamwoor-
den bijeen voegen; terwijl daardoor eene zeer aanmer-
kelijke verscheidenheid van zin veroorzaakt wordt,
bij voorbeeld: een zoon eens konings — een zoon
des konings — dc zoon eens konings — dc zoon des
konings; welke vier verschillende beteekenissen al-
leen uit de plaatsing van de lidwoorden ontstaan
169. Deze lidwoorden zijn, even als de zelf-
standige naamwoorden, ja meer dan die, vOor ver-
buiging, of verandering in naamvallen, vatbaar.
Deze verbuiging geschiedt, op de volgende wijs:
De
Enkelvoud.
Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig.
1 De, De, Het,
2 Des, Der, Des,
3 Üen, De, der Den, het i
4 Den. De. Het.
Meervoud.
Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig.
Dc, De, De,
Der,
Zis ook L, TEN KATE, D, I,, bl. 3^2 en verr.
F