Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST*
3?
nelijke en onzgdige naatm^oorden, waarvan ook
diiidelijke sporen in oude aanverwante talen te
vinden zijn Van hier, dat wij nog zeggen en
scïirijven Charhttes , Marias bee!dtenis, Moeders
zuster^ zusten dochter, dochters kind; en iii za*
menstelling stadspoort, zonsondergang enz.
§ 157. Het taalgebruik veroorlooft ook, ach-
ter vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, in den
tweeden naamval, de zachte e te voegen, als: dc
schoonheid dier yrouwe, de grond dezer Stellinge \
en zoo in vele andere woorden, wanneer name-
lijk die achtervoeginjï strekken kiin, om dc vioti-
baarheid en welluidendheid te bevorderen , ter-
wijl dit echter altoos met zekere spaarzaamheid,
en niet, dan in den deftigen stijl, behoort te ge-
schieden.
§. 158. Cm den aard en de noodzakelijkheid
des tweeden naamvals nader te doen blijken dient
het volgende. Hadden wij dezen naamval niet,
dan zouden wij, om het gebrek daarvan te ver-
goeden, eene onaangename omschrijving moeten
te hulp roepen; bij voorbeeld: de zoon, dien do
veldoverste geteeld heeft, gaf den burgeren, ^velks
in de stad wonen, hemjztn , dat hij welgevallen
aan hen had. Om deze langwijligheid te vermij-
den, verkiest de taal eenen veel korteren wj-g,
dcor middel vun den tweeden naamval, en zegt,
in plaats van de zoon, dien de veldoverste geieckl
heeft: de zoon des vtldQversten%_ in plaats van d^n
bürgeren, ^vclkt in de itad wonen: den burgeren
der