Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst*
3?
aan te duiden, bij voorbeeld: het kind leert, dê
klok slaat, de hond wordt geslagen, dc deugd bezit
enz.; dc waarheid is kenbaar, man! o heldenmoed!
enz. Ook in het meervoud: de kinderen lezen,
de klokken slaan enz.
§. 151. De tweede naamval it die, welke de be-
trekkingen der zelfstandige naamwoorden op elkander
aanwijst, en de zelfstandige naamwoorden zaroen-
voegt. Zoo menigvuldig nu de gesteldheden der
dingen en derzelver betrekkingen op elkander zijn ,
zoo menigvuldig zijn ook de gevallen, waarineen
zelfstandig naamwoord den tweeden naamval moet
aannemen.
152. Ingevolge hiervan, komt de tweede naam-
val voor, I. als werkende oorzaak: Gods geboden,
Davids psalmen, het werk mijner handen enz.; 2.
als het eigendom en de bezitting: de heer des hui'
zes, de bezitter eens grooten vermogens enz.; 3. als
de tijd en plaats van het aanwezen eens dings; de
zeden onzer eeuw, da aangenaamheid dezer land-
hoeve enz,; 4. als het geheel, waarvan deelen ge-
nomen zijn: een glas wijns, eene menigte volks,
weinig zoets enz., 5. als maat en tijd aanduiden-
de: een duim gronds, twee uren gaans enz,; 6. in
plaats van de voorzetselen uit, of onder: niemand
onzer, de beste der menschen enz.; 7. voor som-
mige bijvoegelijke naamwoorden: des doods schul-
dig, der moeite waardig enz. Eindelijk bij eenige
werkwoorden, als: zich eener zaak schamen, voor-
nemens zijn enZi
S' 153.