Boekgegevens
Titel: Eerste voorbeelden ter zangoefening
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1820 *
Opmerking: Bevat ook, met eigen paginering: Versjes behoorende bij de Eenvoudige voorbeelden ter zangoefening
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 H 9
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205974
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Muziekwerken (vorm), Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste voorbeelden ter zangoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
5.
■Wie keilt, wanneer liet zaadje kicnit;,
En frissclio halineu scliiet^
Wie kent, als 't hooi np hoepen staat,
Kog kommer en verdriet?
6.
Ik zie dan, hoe de hand van God
Zich niild'lijk open doet^
En hoe de Schepper al wat leeft,
Als aau zijn tafel voedt.
Ja, God alleen bereidt dien disch:
Doch Werken moeien wij;
De lediggang geeft groot verdriet,
Maar arbeid maakt ons bliy.
Dus geldt het spreekwoord: i) Lediggaarf
!) Vei-oorzaakt alle kwaad."
Bedorven wordt verstand en hart
Als men den arbeid haat. —r
9-
Ik arbeid dan: ik ploeg en zaai.
En ken dus geeiien nood;
Ik oogst, ik dorsch, en krijg alzoo
Met eer mijn dagelijksch brood.
10.
En valt mij eens het werken zwaar.
Ik houd toch goeden moed;
De slaap herstelt mijn krachten weer,
Daar hij mij ruslcu doet.