Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
[§ 213.] 1) Op de vragen: hoelang (hoe veel tijd)? hoe
ver?.hoe hoog, diep, hing, breed? enz. slaat de eenvoudige
vierde naamval, b.v.:
eenen dag hing: dd\ bal
vijf minuten (ver, huig): m'mutis lid.
2) Waar het overigens zonder aan (Ie duidelijkheid te schaden
geschieden kan, mag ook de e e r s t e n a a m v a 1 gezet wor-
den, b.v.:
mijn vriend at drie dagen geen brood,
jlim oha no (ïüdom bodi deh kil.
(Misverstand hier is ondenkbaar, want „dagen" worden niet
gegeten!)
[§ 214.] 1) Is een zuiver bijwoord van een adjectief af-
geleid, dan beeft het den uitgang iko, b.v.:
jöniko, schoon, op eene schoone wijze.
2) Is het echter rechtstreeks van een substantief afge-
leid , dan wordt dc o eenvoudig aan het substantief vastgehecht, b.v.:
neito, des nachts; delo, overdag.
(Dit doet aan de o van den Latijnschen ablatief denken, doch
staat niet daarmede gelijk; want de vragen „waarmede", „waar-
door" worden in Volapük anders dan in het Latijn gegeven.)
[§ 215.] De gebruikelijks te Bijwoordeu-
[Ladvelibs geblikün.)
Aanstonds, /ou/^o ; aanvankelijk, begino\ afwaarts, desi\^(\\
aldaar, alstoen, tan{o)--, al te, tu; altijd, ai, egdo\
anders, (in een ander geval:) ds, voio, (op eene andere manier
's avonds, ; betrekkelijk, tef{am)o\ boven, löpo\ bijna, ;
daar, us\ daarbij, lds\ daarheen, U8i\ daarop, ia7i{d) \
daarvan, en\ daar vandaan, usa\ dadelijk,; dikwijls, ofén^
ditmaal (dezen keer), tosmr^ dra, snn\ dusverre, ; eenmaal
(mettertijd),; eens, (vroeger:) von{o), (later:) füd{o)\
eerst, ^ö; ergens, egefo, semójo ; eveneens (evenzoo), Idgo, i\
bij gelegenheid, pöto ; genaamd, nemo ; genoeg , sato; geza-
menlijk , kob{o)\ gisteren, ^e«del(o); heden, Uidd{p)\ hier,
hoe, lik(o)?, lio?, hoezoo, ikó-U?\ Immer, ai, egelo\
in allen gevalle, aliko\ insgelijks, leigo, |a, s/; laat, laiiko, w^sun;
op het laatst, lalo\ later,poso; links, nedeto; maar (slechts), te;
menigmaal, ofm\ 's middags, m/delo; misschien, ba, ho \
moeielijk, töbo\ morgen, wodel(o); *s morgens,^ödelo; 's uaehts, w^zVo;