Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
[§ 211] Abstracte l)C$;rip|>eu.
[Suemah tikalik.)
Begrippen van abstracte dingen zijn in Volapiik te herkennen
aan den uitgang ül, b.v.:
kap, hoofd; kapA, verstand;
lad, hart; ZöcSil, hartelijkheid, gemoedelijkheid;
men, mensch; menA, menschelijkheid ;
mid, vleesch; mid&l, vleeschelijkheid (onreinheid);
jïm, schoonheid; jonA, schoonheid des geestes.
Met dezen uitgang laten zich de diepzinnigste, geestrijkste
begrippen uitdrukken, b.v.:
hiena\, bijënvlijt; bei/al, bijtachtigheid;
blodal, broederzin; daivLVül, vindingrijke geest;
fabül, femelarij ; feinal, fijn gevoel; fil«/, vurige geest;
bleinül, blindheid des geestes; bizwgfd, voorrecht des geestes;
domül, huiselijkheid; klïlül, daWiül, litrtZ, helder hoofd, vernuft;
dogül, hondschheid; jön«7, schoonheid des geestes;... (enz. Ver-
gelijk het Woordenboek)!)
Opgave.
Vorm namen van abstracte begrippen uit de volgende stam-
woorden :
hebzucht (geldzucht; geld, ï«ow);
moederlijkheid, moederzin, moederliefde (moeder, »/c/);
natuurlijkheid (natuur, nat);
linkschheid, onhandigheid (linkerhand, ««let);
reinheid (sneeuw, nif).
llijwoorden {iMdveiihs).
[§ 212.] 1) Als de bijwoorden vlak achter het werk-
woord staan, zijn ze volkomen gelijk aan de bijvoeglijke naam-
woorden, en hebben ze, evenals deze, gemeenlijk den uitgang ik.
2) Staan ze echter alleen (zonder werkwoord) of maakt de
d u i d e 1 ij k h e i d zulks wenschelijk, dan krijgen zij achter
dien uitgang ik nog eene ó.
3) Die O wordt ook aan den vergrootenden en aan den
O V e r t r e f f e n d e n trap der bijwoorden toegevoegd, overal
waar de duidelijkheid dat vordert, b.v.:
/pidikmnó , op betere wijze;
yndiküwo, het best, op de beste wijze;
\tgudik\mo, allerbest.