Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
maar als w e n s c h v o r m drukt Volapük het uit met het eind-
partikel ösy b.v,:
moge hij gezond blijven!: hlihow.'ós saunlk!
„mocht" wordt uitgedrukt door de lettergreep -U, die bet
kenteeken van de Aanvoegende wijs is.
Doch beteekent „mocht" zooveel als „bet zou zaak wezen,
dat", dan drukt Volapiik zulks uit met het eindpartikel öx, b.v.:
bij mocht nu eindelijk (wel) betalen
pelo;Möar nu Jinó.
8) „moeten" = gedwongen zijn, mütön\
— verplicht zijn, sötön,
of Gebiedende wijs ... öd\
= noodwendig zijn, zemdöii\^ bij eene verze-
kering, een vermoeden, eene onzekerheid,
b.v.: hij moet reeds daar zijn (het kan
niet anders of ...., ik geloof vast, dat
. ..., men beweert, dat .,..): das ....
met de Aanvoegende wijs.
y) „z u 1 1 e n" — (toekomst aanduidend) wordt in Volapiik
uitgedrukt door de voórpartikels o cn u
in den b e d r ij v e n d e n vorm ;
=: moeten, s6lijn\
= Gebiedende Avijs ... öA,
of dito versterkt (Jussief, \d)Hdf\hid, zie
§ 194) ... ö>, b.v.: geef, givolödl
gij zult geven, givolöz\
~ baten, helpen, föfïïdön, yufön\
= aangenomen, toegegeven, gesteld, dat. . .:
/z«las (b.v. zij zullen nog zoo rijk zijn, ge-
steld dat zij nog zoo rijk zijn);
= is het mogelijk, dat...'? binós-U möglk?
= men zegt, men wil, men beweert, enz.:
sagón, sagowk,
10) „z o u*' : in v o o r w a a r d e 1 ij k e volzinnen wordt dit
uitgedrukt met den onvolmaakt, verleden en den meer dan vol-
maakt verleclen tijd der Aanvoegende av ij s (-la).
Wil men dit ook in den t e g e n av o o r d i g e n tijd, in den
volmaakt verleden t ij d en iu den toekomenden
tijd uitdrukken, b.v. ik zou er een zijn die bemint, bemind
heeft, beminnen zal, bemind hebben zal, bemind wordt, dan zet
men achter den persoon van het Averkwoord den uitgang öv (v
van vili'm), b.v.: als men mij hoorde (als men naar mij luisterde)
zou ik er een zijn, die het geheele menschdom gelukkig maakte: