Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
het werkwoord. — Die voortduring kan in alle werkwoords-
tijden voorkomen, zoodat er aoristen zijn van den tegenwoor-
digen, van den verledenen en van den toekomenden tijd, b.v.:
Mó'rfikos fljjenos ta valadi Me»as;
veel geschiedt tegen de verwachting der menschen
(tegen menschelijke verwachting).
nifa^OTs nog ®flüks etblinoms kalodi:
nog alle winters hebben koude gebracht,
aliki kligi mena/fem nohSk oilabom al heplonön:
eiken oorlog z a 1 de edele menschenvriend te beklagen hebben.
Vertaal;
gij speelt altijd op de harp (de harp, 'aj»);
zij veegt gewoonlijk (de bezem, svip)-,
wij rijmen bestendig (het rijm, rim)-,
hij zandt aanhoudend voort (het zand, mb);
men grondt voortdurend (de grondslag, stab).
NB. De andere aoristen zijn:
fflïblufom (onvolmaakt verleden tijd);
«blufom (volmaakt verleden tijd);
wblufom (meer dan volmaakt verleden tijd);
oïblufom (eerste toekomende tijd);
?/!blufom (tweede toekomende tijd).
[§ 169.] Imperfectum activi.
{P'Uiip foma dunöna.)
Het kenteeken van den onvolmaakt verleden tijd
is bij alle bedrijvende werkwoorden de v o o r aan het werk-
woord vastgehechte letter a, b.v.:
dhedó?ns, zij brachten te bed; cihegób, ik verzocht;
/ïheginóls, gij begont; nhnmóf, zij bouwde; ahlamón, men laakte.
Vertaal:
gij maaktet zwart (zwartheid, blag);
u kortte de jaren (kortheid, bief-, jaar, yel);
gij braakt vruchten (breuk, blek; vrucht, Jluk);
zij bleef een kind (het blijven , blib);
hij bloedde (bloed, blu(r).