Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
ji-kel (of kel-ji) en kelós (of os-kél) worden slechts gebruikt,
waar de duidelijkheid dat eischt. — Anders bezigt men altijd,
onveranderd, kei.
Vertaal:
de vrouw, die ...; het meisje, dat ...; de huizen, welker
daken ... (dak, nuf)-, de vrienden, aan wie ...; de man, dien
wij ...
Hoe moeielijk, gebrekkig en gevaar voor verwarring opleverend zijn, in
alle levende en doode talen, de voornaamwoorden — hunne vervoeging,
hunne plaatsing, hun geslacht!... Vergelijk daarbij eens die in onze
wereldtaal, hoe eenvoudig, hoe rijk aan vormen, hoe vrij in de plaat-
sing en hoe zonder gevaar voor verwarring!
[§181.] Wie, welke (die).
{kim-, kei, keh.)
1) Beteekent „wie" zooveel als „degene, die", dan heet het in
Volapük niet kim, maar:
kei, kei mm, kei pösod-, men ut, kei ...
Zoo voornamelijk inden a a n h e f van ondergeschikte volzinnen.
2) Gelijkerwijze heet „wat" alsdan niet kis., maar ;
kelos {kelosi), kei din, kd yeg-, din ut, kei ...
Tegen dezen regel wordt zeer dikwijls gezondigd door
aanvang ers in onze wereldtaal.
3) Wanneer de duidelijkheid niet gebiedend anders eischt, kan
kei zelfs onveranderd blijven vlak achter een meervoud,
voornamelijk welluidendheidshalve daar, waar vele sisklanken bij-
eenkomen. Doch de naamval s-kenletter (van accusatief of
datief) moet gezet worden, b.v.:
mensehen en dieren genieten voedingsmiddelen,
mens e nims juitoms nuliidamtAis,
die de plantenwereld levert.
keli{s) vol planas blünom.
[wereld der planten]
[§ 152.] Wie ook (Latijn quicunque, quisquis) heet in Vola-
pük aikel;
wanneer ook, aikiüm-, wat ook, aïkelos;
hoe ook, ailik(o); hoeveel ook, aiZimödi'^;
En zoo al dergelijke — altijd ai voorop.