Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
p
35
|§ 123.] Onze wereldtaal vormt adjectieven van alle sub-
stantieven, met behulp van den uitgang ik {Lik, nik, sik), b.v.:
ji-sonik, dochterlijk;
sonik, zoonlijk (doch dit adjectief hebben wij in het Hollandsch
niet).
[§ 124.] De plaats van het adjectief is gewoonlijk onmid-
dellijk aolltor het substantief, waarbij het behoort, en daar
ondergaat het nooit eenige verandering, noch door getal, noch
door geslacht, noch door naamval. — Voor het substantief
echter (en ook er achter, doch verder er van af) onder-
gaan de adjectieven, ter wille van de duidelijkheid, verande-
ring in overeenstemming met het enkel- of meervoudige getal,
den naamval en bet geslacht van het substantief. Zelfs vlak achter
het substantief staande kunnen ze die verandering ondergaan,
wanneer bijzondere redenen (welluidendheid, vers-maat, duidelijk-
heid, enz.) zulks wenschelijk maken. — Stonden ze onveran-
derd voor hun substantief, dan zou men menigmaal niet
weten of zij diuirbij, dan wel bij een ander, reeds voorafgegaan
substantief behoorden.
Voorbeelden.
1) Vlak achter het substantief, onveranderd:
ji-gokés visedik, aan de verstandige kippen.
2) Achter het substantief, doch verder er van af, ondergaat
het de verandering in overeenstemming met het getal, het geslacht en den
naamval:
ji-fjokês fol ola visedikes, aan uwe vier verstandige kippeu. (Stond
visedik hier onveranderd, dan zou deze volzin beteekenen: aan de
vier kippen van uwe verstandige persoonlijkheid.)
3) Voor het substantief, veranderd:
visedikes ji-gokes, aan de verstandige kippen. (Dus dezelfde beteekenis
als hierboven onder no. 1.)
[§ 125.] Heeft een substantief twee of meer adjectieven
bij zich, dan zet men (in het meervoud, in den 2®", S^n en ^en
naamval) een dier adjectieven voor het substantief, namelijk
dat, hetwelk het meest moet uitkomen, b.v.:
gleüks doms mdik, de groote nieuwe huizen.
XB. Deze woordvoeging kiest men, om niet te vele op ik
uitgaande woorden achtereen te krijgen.