Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
[% 120.1 Vorming van den t\%'ecden \lioogsten\
Trap van vergel ij kin g.
{Fomam Hitna telid \geilikHn\ xänuma^
De iiitgang van den over treffenden trap is
iJcüu; b.v.;
altlid
def, gebrek;
dek, tooi, sieraad;
dih, diepte;
div, scliat;
dol y smart;
defikilriy gebrekkigst',
dekiki'm, mooist;
dibikün, diepst;
divikiin, selialbaarst-,
dolikün^ smartelijkst.
Maak van de volgende woorden adjectieven in den overtreffeuden trap:
7ioty kunde; nieuwheid; num, getal; paUty partij; pöky fout.
Hoe moeielijk is daarentegen de vorming van de trappen van vergelijking
in alle levende en doode talen. AVat eene zee van witzonderingen )ieeÜ
lucn daarbij te doorworstelen!
1§ 121.] De uitgangen um en iln van de trappen van verge-
lijking worden ook, waar dit noodig is, aan alle deelwoorden
vastgehecht (zonder ik) , b.v.: spalöZ, verschoonend
spalöl?u?t, verschoonender
spalölN/j, verschoonendst.
[§ 122.] Vergrootende en Overtreffende
trap der zelfstandige naamwoorden.
(IHidilén e plülüén finhmia^^
In de Hongaarsclie taal heeft men zelfs substantieven, dlc
de belde trappen van vergelijking liebben, b.v.:
emher y een menscli:
miber-thhy een degelijker menscli.
ietö^ dak, top:
legteteje, lioogste top van l\et dak.
Ook onze wereldtaal kan de substantieven in den vergrootenden
en in den overtreffenden trap brengen, om met één enkel Avoovd
uit te drukken, b.v. (van „lieer"):
grooter lieer,
grootste lieer.
Dat Yolapük ook liierdoor aanmerkelijk in kortheid en inüjn-
lieid van uitdrukking winnen moet, behoeft wel geen l^etoog, —
Men zorge echter steeds, by liet vormen van dergelijke suWau-
tiefs-compavatieven en superlatieven^ dat daardoor met gelijklui-
dende andere woorden geene verwarring kunne ontstaan 1