Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
reweg de meeste woorden in Volapük is zulks liet geval niet),
dan wordt het woord in den meervoudsvorm gebracht door er
eenvoudig eene s achter aan vast te hechten, b.v. :
bel, berg; bels, bergen.
En hiermede staat de geheele leer van de meervoudvonning vast.
[§ 99.] Persoonsnamen {Posodcmems).
1) Bij persoonsnamen moet in onze wereldtaal dc geslachtsnaam
(de familienaam) altijd voorop staan, en daarachter de bijzondere,
persoonlijke voornaam, b.v. niet .Tozef Bach, maar
, Bach Jozef, Bah Tosef.
Want wanneer de familienaam toevallig ook een persoonlijke
voornaam kon zijn (zoo b.v. de naam Otto) loopt men gevaar ook
dien familinaam als een voornaam te beschouwen, waaruit allicht
groote verwarringen ontstaan kunnen. Alleen reeds voor het
richtige bijhouden van alphabetische naamregisters verdient dus
de stelregel van Volapük de voorkeur: de geslachtsnaam voorop,
en daarachter de voornaam of voornamen.
2) Volapük schrijft alle namen, zooals zij klinken,
juist zooals men ze leest. Is het noodig er bij te weten hoe ze
in het land zelf geschreven worden, dan wordt die spelling er
tussehen haakjes achter gezet, b.v.:
Consn Cents [Johnson James].
[§ 100.] De vorming van vrouwe!ijUe woorden.
{Fomani vSdas jilik.)
Moet een woord in den vrouwelijken vorm gebracht worden,
dan wordt er de lettergreep ji (zie § 61) met koppelteeken voor-
gezet, b.v.:
pul, de jongen; ji-pul, het meisje.
sou, de zoon; ji-son, de dochter.
gok, de haan; ji-gok, de hen (de kip, het hoen),
dog, de reu; ji-dog, de teef.
blod, de broeder; ji-blod, de zuster.
NB. Hoe heetcn nu de vrouwelijke vormen van :
jevdl (spreek uit: sje-waal'), hengst;
golad, bok; stüg, hert;
kösen, neef; diman , knecht ?■