Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK V.
Wereld-spraakkunst (Volaglamat).
A. HET ALGEMEENE (Valemikos),
[§ 55.] Aan onze wereldtaal ligt de Engelsche volks-taal
ten grondslag, omdat deze ontegenzeglijk van nl de talen, die
door beschaafde volken gesproken worden, de gemakkelijkste
en tevens de meest verbreide is (afgezien vau hare al te verwarde
spelling).
Eene algemeene taal, opgebouwd op het Hebreeuwseh, Grieksch
of Latijn, stelt als eerste voorwaarde, dat de beoefenaar die tot grondslag
genomene taal moet kennen, en zou dus voor de niet gestudeerd hebbenden
een zoo goed als onoverkomelijk struikelblok zijnj terwijl velen, die ge-
studeerd hebben, allicht konden besluiten zich met de (door hen met zoo
groote inspanning aangeleerde) doode taal, als oude wereldtaal te
vergenoegen. — Onze wereldtaal maakt het niet tot voorwaarde, dat men,
om haar te beoefenen, eerst eene andere taal moet leeren of geleerd
hebben. Het eenige, dat hierbij gevorderd wordt, is eene voldoende kennis
van de eigene moedertaal, daar onze wereldtaal zich wel is waar
aan het Engelseh aansluit, doch volstrekt niet op het Engelseh gebouwd
is. Iedereen, die zijne moedertaal kent, kan Volapük aan leeren zonder voor-
bereidende studiën, en dit pleit almede zeer in het voordeel van deze onze
nieuwe wereldtaal.
Elke poging, om eene wereldtaal op te bouwen met het Latijn tot grond-
slag, kan tot niets anders leiden, dan tot eene schromelijke verminking
van de zoo heerlijk schoone Latijnsche taal •— eene verminking, waartoe
niet één klassiek gevormd man de hand zou willen leenen. Dus, veel beter
eene geheele nieuwe taal, zooals Volapük.
r§ 56.] De wereldtaal en bare spraakkunst v e r m ij d t zoo-
veel doenlijk alle uitzonderingen van regels, daar die
slechts in de war brengen en het leeren moeielijk maken.
[§ 57-1 Al hare begrippen moeten zoo helder en o n d u b-
b e 1 z i n n i g mogelijk zijn, en alle volzinnen eenvoudig
gevormd.
Daarom vermijding van lange, gekunstelde volzinnen!