Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
Iu 't weldoenweesgelijk een vogel,
In 't wrake nemen als een slak!
Zangvogels, eedle, rooven niet;
Koofvogels, slechte, zingen niet.
Den lieven God begaan slechts
Iaat
Dan wordt zelfs goed het slimste
kwaad.
Verachten u of prijzen u de
menschen,
() denk: dat zijn slechts op de
proefstellingen van uwe ne-
derigheid,
(iroot is zelfs het kleinste
Als 't geschiedde uit zuivreliefde.
In waarheid groot is elke man
Die groote liefde toonen kan.
De tronen hebben nergens hech-
ter grond
Dan in het hart van een g o d-
vreezend volk.
In Gods raad heeft alles zijn tijd
Van Hem komt niet wat ten
ontijde komt.
Zelfs hoogverlichten moeten dik-
wijls vallen.
Opdat ze in needrigheid stijgen.
Mannen maken wetten;
Vrouwen goede zeden.
Een vroolijk einde brengt vaak
aan
Het treurigste naar huis toe
gaan.
't Wordt dag weer na den nacht.
En na het leed weer vreugde.
Men is niet uitgeleerd
Voordat het leven uit is.
Bod binolöd al bcnodön!
Snel bmolöd al vfnditön!
Kam'taböds no lapinóms;
Lapinaböds no kanitóms.
Mekön letdisöd Godi löfikiin!
Tiin óvedóms gitik dins badi-
kün.
If méns oli nes^moms, ud
lobóms:
O tfkolöd!; te mik&Uüfs bin-
Gletik binós i smalikünos,
Kelüs se löf klinik ejénos.
Velatikó gletik binóm
Ut, kei löfi gletik labóm.
Tlons nó stabi labóms fimikumf.
Ka hidis pópa dledöla Godi.
In Goda konsill gitiki valikós
timi labós;
Kclos m netim givósok, nó de
Gód sapfk kömós.
LépedaZjïöls mütóms falön,
Dat in mfk susi kanóms vebön.
Mans mekóms lonis;
V ó m s mekófs s ü d i s.
Eblinóm segól giilik
Lómadi ofén lügik.
Pós neit okömom dél,
E denü pos véxad gäl.
Men lénadóm,
Jüs déilóm.