Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ouders waren anders zeer brave menschen, maar hadden
het gehreh, dat zij te toegeeflijk omtrent hun' zoon waren.
Jan merkte dit al zeer spoedig en geivende zich daarom,
om op zijne wijze vader en moeder te bedriegen, ofschoon
hij niet dacht, dat hij daardoor zich zeiven het meest
bedroog. Moest hij, b. v., voor zijne moeder eene bood-
schap doen , dan, versnoepte hij een paar centen en zeide,
dat de waren twee cent duurder geweest warm, of dat
hij twee centen verloren had. Wanneer dit nu naderhand
uitkwam {want leugens hebben gewoonlijk korte heenen en
worden schielijk ingehaald), zoo bestraflen zijne ouders
hem er niet over, om het lieve jongetje niet te beschamen
of te bedroeven. Zij lieten hem alles leeren, en dewijl
hij een' goeden aanleg had, maakte hij ook de beste vor-
deringen. De meester beminde Jan daarom ook, doch
had niet weinig verdriet van de bedriegelijke streken, die
deze aan den dag legde, en zeide dikwijls: „Jan! Jan!
gewen u toch aan geen bedrog ! geloof mij, mijn jongen!
het bedrog wordt bijna altijd, en dikwijls zeer schielijk
ontdekt, en dan zijn schade en schande het loon van den
bedrieger; want zoo als het werk is, zoo is het loon! —
En al ware het mogelijk, dat uw bedrog voor de menschen
mögt bedekt blijven, één is er, die alles ziet, voor wien
het gansch heelal naakt en geopend ligt! En dezé zal
alles eens in de eeuwigheid vergelden!"
De tranen kwamen Jan dan wel eens in de oogen; maar
weldra werd hij doof voor zoodanige vermaningen , en
daar hij in huis nooit bestrajt werd, zoo ging hij al
spoedig den ouden gang.
Toen Jan veertien jaren was, kwamen zijne ouders te
sterven, en daar hij goed lezen, schrijven én rekenen ge-
leerd had, nam hij dienst bij eenen koopman als kantoor-
bediende.
„ Jong gewend is oud gedaan,". zegt het spreekwoord,
en dit werd in Jan bevestigd. Hij moest voor den koop-
man eene rekening van geleverde goederen uitschrijven en
1*