Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
*
L.
DIE EENEN KIF ADEN NAAM HEEFT, IS
REEDS HALF GEHANGEN.
Huibert had een paar malen, dat hij zich in ge-
zelschap bevond en meende , door hetzelve beleedigd
te zijn , eene kloppartij aangerigt, waarom hij door
getuigen aangeklaagd en voor den burgemeester ge-
daagd was, eenmaal boete betaald en naderhand eene
maand gevangen gezeten had. Hierdoor stond hij,
zoo als men zegt, in het zwarte boek, en had eenen
kwaden naam verkregen. Kwaadaardig en slecht
van hart was Huibert echter niet, en willens zoude
hij geen kind door woorden of daden beleedigen. Ver-
scheidene jaren verliepen er, dat men ook niets dan
goeds van hem hoorde j maar toch, het gebeurde was
onherroepelijk en bleef in veler geheugen bewaard.
Op zekeren tijd kwam Huihert in een gezelschap van
verscheidene jonge lieden, onder welke zich ook de
zoon des burgemeesters bevond. Deze was een la£Fe
en verwaande knaap, zonder verstand, die op het
ambt en de voorspraak zijns vaders steunde, en zich
daarom wel eens meer veroorloofde, dan regt en bil-
lijk was. Hij meende nu omtrent iemand als Huihert,
die reeds twee malen voor zijnen vader geweest was,
eenmaal al eene maand gevangen gezeten had, en
derhalve dubbel in het zwarte boek stond, zijnen
spotlust den vreijen teugel te mogen vieren.
Hij stelde dan Huibert in tegenwoordigheid van het
geheele gezelschap in een bespottelijk daglicht, bragt
het gesprek op de vroegere voorvallen, gaf hem aller-
lei schimpnamen , en besloot ieder gezegde met eenen
valschen , waanwijzen glimlach.
Huibert zweeg eenen tijdlang , verdroeg den hoon
geduldig en verkropte zijnen wrevel. Maar toen dc