Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
vooraf u mijne gedachten daarover mededeelen, dan kunt
gij straks mijne gedachten met uwe woorden aan mij
wedergeven.
Onder alle ondeugende menschen, die er bestaan, moet
een vloeker en een misbruiker van Gods naam de laagste
en onzinnigste genoemd worden. Nagenoeg aan alle on-
deugden, hoe verderfelijk ook in haren aard, is nog eenig
genot verbonden. Aan het vloeken, zweren en het misbruik
van Gods heiligen naam is echter geen genot hoegenaamd
verbonden. De vloeker misbruikt het edel vermogen, dat
den mensch boven de redelooze dieren door den Schepper
geschonken is, de spraak, op eene verschrikkelijke wijze,
bezondigt zich tegen God, komt zelfs tegen zijnen Schepper
in opstand, maakt zich verachtelijk in het oog van den
verstandige, gehaat bij alle weidenkenden, en erlangt gee-
nerlei voordeel door dit misdrijf. Van daar ook, dat op
Goddelijk bevel bij de Israëlieten de vloeker van de zamertr
leving afgezonderd en dood gesteenigd moest worden; van
daar ook, dat, volgens eene andere wet, den vloeker,
tot straf en ter voorkoming van die misdaad, de tong uit
den mond werd gesneden!"
Nadat Eichard geëindigd had met spreken , begonnen
alle kinderen der hoogste klasse met hunne opstellen; alleen
Kasper was rood als bloed, zag voor zich neder en begon
niet met het opstel. „Zal Kasper ook geen opstel makenV'
zeide meester Eichard. „Neen!" zeide de stoute jongen.
„ En waarom niet ?" vroeg de onderwijzer. „ Omdat
meester dit om mij bedacht heeß," zeide Kasper. — Eichard
zeide: „ik sprak slechts algemeen; maar het is mogelijk,
dat gij door uw geweten aangeklaagd wordt; echter had
ik er geene andere bedoeling mede dan deze: wien de
schoenen passen, die kan ze aantrekken."
De schuldige kan best het doel der les verstaan;
AYant -Wien de schoen niet past, die trekt ze ook niet aao.