Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
troninen fcßcnfit. ^t \xttl bertrautocn/ Xsïurcu^!
gcEft mEiiijjCEn / cn gier np bt tacreïb / 500
aïd 3ö i^/ fcgaadt taantroutacn minbcr öan onftcpaalö
UcrtcoutiiEn»
TL-anrcnö banfite 5Öncn babcr bon? bc5c ïc^/ cnflab
300 uit bit uitïjanoljo^b jclf^ ïcbcn^tag^Scib oyßcbaan»
Vertrouwt niet, al belooft het uithangbord een schat;
TFcmt dit belooft soms, dat de winkeil niet bevat,
XLL
tJit den klaauw kan men den leeuw kennen.
^^ Karolina!" zeide Justus eens tot zijne dochter, „neem mor-
gen uw boek mede van de school; ik wil eens hooren, of gij
ook vorderingen in het lezen maakt." — „Het is wel, vader!"
zeide Karolina y verzocht des anderen daags den onderwijzer,
kreeg verlof en kwam met het leesboek te huis. De vader
sloeg haar nu eene les op, waarin verschillende leestoonen
elkander snel afwisselden, en zeide: „zie 200 mijne dochterI
lees deze les nu eens." Nadat het meisje echter eenige vol-
zinnen gelezen had, zeide de vader: „scheid maar uit, Karo*
linaï ik kan mij over uwe vorderingen weinig verheugen." —
„Ja, maar," — zeide Laura, Karolina^s moeder, ter harcr ver-
schooning — „vader had u de les ook eerst geheel moeten laten
lezen, om er regt over te kannen oordeelen.** — „Neen, her-
nam de vader, „ dat is niet noodig, vrouwl want uit den klaauw
kent men den leeuwy of met andere woorden: uit een deel kan
men soms tot het geheel besluiten. Wanneer nu iemand eene vraag
in den verhalendey en een verhaal in den vragenden toon leest,
of wanneer iemand over ecn scheidteeken h^en leest, bij een
sluitteeken niet sluit of rust, eenen nieuwen volzin niet als zoodanig
aanheft, enz., dan kan ik uit ieder zulk een* klaauw den leeuw
kennen, of anders: uit ieder deel kan ik hooren, dat het geheel
niet deugt,"