Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
verspillingen gaat een huisgezin te gronde j dus: het
schaap dient voor den dam geschut."
Eu wanneer naderhand de kinderen op het punt
stonden , óm door de eene of andere ondeugd verleid
te worden, dan zeide de vader maar even: »Kinderen!
schut het eerste schaap voor den dam!"
Maakt, als verleiding vleit, u deze spreuk ten nut:
„Het allereerste schaap dient voor den dam geschut!"
. XXXIX.
ZACHTE HEELMEESTERS MAKEN STINKENDE WONDEN.
Valerius en zijne echigenoote Ursula hadden eenen zoon,
die Wolter heette. Deze Wolter had bij vele goede
eigenschappen hoofdzakelijk dit gebrek , dat hij te wild en
onbezonnen was, en daardoor menig ongeluk beging,
Hwelk hij hij minder wildheid en meer voorzigtigheid had
kunnen verhoeden.
Eens dat het geregend en tevens gevroren had, was
de straat zoo glad, dat er bijna geen mensch op gaan of
staan kon. Niettegenstaande de waarschuwing zijner moe-
der liep Wolter zoo snel langs de straat, als een voor-
zigtig mensch naauwelijks in den zomer op een droog pad
zoude doen; doch hij had slechts iveinige schreden gedaan,
of hij lag reeds op den grond en huilde jammerlijk.
Men droeg hem in huis; hij had zich vreeselijk aan den
heup bezeerd, en men vreesde, dat de heup ontwricht
zoude zijn. Nadat hij veertien dagen eene bijna ondrage-
lijke smart had doorgestaan , bleek het, dat de heup in-
wendig tot verzwering overging. De heelmeester Boudewijn
wendde zachte en verkoelende middelen aan; desniettemvi
verergerde de pijn van dag tot dag, en de knaap was
op het punt, om onder de folterende pijn te bezwijken.
Men haalde nu den heelmeester Eusebius, en deze zeide: