Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
den , in de handen klapten en een vervaarlijk leven
maakten ; zes sprongen aan heide zijden van den dam
over de sloot; twee hieven in dezelve steken , en ée'n
sprong Valentijn zelfs boven over het hoofd heen.
Tfiet dan met de grootste moeite en nadat die dieren
eene belangrijke schade veroorzaakt hadden gelukte het
den knapen, om ze allen weder uit de tarwe en in-
het bedoelde stuk lands te krijgen.
Toen de knapen te huis kwamen , verhaalden zij
dit geval aan hunnen vader Tobias. »Leert hieruit,"
zeide de verstandige man tot zijne kinderen, »dat gij
uw geheele leven door het eerste schaap tijdig genoeg
voor den dam schut j dan kunt gij den geheelen troep
gemakkelijk keeren en leiden , werwaarts gij wilt;
maar is er e'e'n over den dam , dan zijn dikwijls de
pogingen ter wering van de anderen vruchteloos. Zoo
als het met de schapen gaat, zoo gaat het ook met
de verleiding der ondeugd. Biedt gij het eerste aan-
zoek geen wederstand , dan zult gij ras niet in staat
zijn , om de verdere aanzoeken te weerstaan."
Kort na dit voorval wilde Valentijn naar eene hard-
draverij ; maar de vader zeide : »mijn zoon daar ziet
gij veelal niets , dan een ruw en hartbedervend ver-
maak ; daar wordt veel gesproken , dat beter is , dat
gij het niet hoort, en veel gedaan, dat geene navol-
ging verdient; het schaap dient voor den dam geschut,
of, met andere woorden: aan de eerste verzoeküig tot
ondeugd moet wederstand geboden worden!"
Naderhand wilde Tobias dochter, fVillemyntje,
gaarne eenen kostbaren omslagdoek hebben, omdat
Faulina, de dochter van haren buurman , er ook
eenen gekocht had; maar Tobias zeide: »indien gij
den doek hebt, dan moet er misschien schielijk een
japon , eene paraplui, een waaijer, een zijden hoed,
eu ik weet niet wat al , bij , en de eerste verspilling
zal de andere noodzakelijk maken. Gij weet: door
een klein lek zinkt een groot schip, en door vele kleine
5