Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
geraakte de onbedorvene en argelooze jongeling in ken-
nis met iemand, welke aan het spel verslaafd was.
Deze lokte hem mede naar een gezelschap van spelers ,
gaf hem onderrigt in het spel, en weldra deed hij in
alles mede. Eerst ging dit om kleinigheden; maar toen
zijne listige en bedriegelijke gezellen merkten , dat hij
geld genoeg had, wisten zij hem schielijk te bepraten ,
dat hij om zwaar geld mede begon te spelen.
Gelukkig hoorde de vader dit alles door eenen vriend,
die hem zeide , dat Paul op glas ijs stond , en , zoo
hij niet tijdig gered werd, gewis door het spel tot list,
bedrog en diefstal komen, cn zoo zich zeiven voor altijd
diep ongelukkig maken zoude. Oogenblikkelijk ging
de bezorgde vQ,der tot zijnen zoon, en zeide: «Paul!
ik weet, dat gij thans op glad ijs staat, of met andere
woorden: dat gij met gezelschap verkeert en daden
verrigt, die u gewis spoedig ten val zullen brengen.^'
Hierop las hij hem den brief van iijnen getrouwen vriend
voor, en besloot met te zeggen:
»Mijn zoon! ik heb geene zorgen , moeite en kosten
gespaard, om u braaf en verstandig op te voeden , en
mijne pogingen zijn God dank! niet zonder vrucht
gebleven. Zoudt gij mij nu dat verdriet aan doen , te
bederven, wat ik goed gemaakt'heb, en u zeiven daar-
door in dien afgrond van ellende storten, welken mijn
vriend zoo afgrijselijk, maar tevens naar waarheid
heeft voorgesteld?"
Paul was aangedaan door de welmeenende woorden
zijns vaders, beloofde hem, het slecht gezelschap en
verderfelijk spel voor altijd vaarwel te zeggen , en gaf
hem, m^t tranen in de oogen , de hand, tot een bewijs
van de welmeenendheid zijner belofte.
Paul hield zijn woord en werd alzoo nog tijdig door
zijnen vader en deszelfs vriend van het gladde ijs gered.
Wacht a roox speelzucht; zij brengt allen
In groot gcTaar, om diep te rallen.