Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
dan ook niet geschreven : )> bidt, en u zal gegeten
wordenl" — »Staat er dan ook niet geschreven,"
zeide de leeraar, »die niet werkt, dat die ook niet
efe?" — )>Ja wel, dominé zeide Meinderi: »maar
God geeft zelfs den vogelen des hemels hun brood, hoe
veel te eer dan niet den mensch!" üe predikant her-
nam : »dat is regt gesproken, Meindert; maar hij
moet hei zoeken. Zie de zwaluw daar eens vlijtig door
de lucht vliegen, om vliegen voor zich zelve en hare
jongen te vangen j maar zij komen haar nict zonder
moeite in den mond. Zie den ooijevaar ginds door
het veld wandelen , om kikvorschen te zoeken j maar
iqdien hij op zijn nest bleef zitten , denkt gij , dat
hem de kikvorschen in den bek zouden springen? Zie
den reiger geduldig bij de sloot staan , om op een
vischje of paling te turen'; maar indien hij op den
boom bleef zitten , hij zoude niets vangen. Zie de
ganzen daar op het Jand, aan deze gaf God ook
gras; maar zij moeten er dikwijls met alle kracht
tegen plukken. Zoo is het met de dieren, zoo is het
ook met den mensch , Meindert,^^
Meindert was nu met zijne tegenbedenkingen aan
het einde, cn zeide: »dan zal ik ook wel genoodzaakt
zijn , om mijn brood bij de huizen te gaan aoeken."
»Dan zoudt gij al weder den Moriaan wasschen y
zeide de verstandige leeraar, Deïikt gij, dat er een
mensch dwaas genoeg zoude zijn, om aan eenen jon-
gen , gezonden kerel , als gij zijt , het brood der hi-
heid tc geven? Neen, 3lcindert! gij moet het zelf
verdienen." — »Maar wat zal ik beginnen?" hernam
hij schreijende, ik heb niets geleerd." — »Gij zijt nog
niet te oud, om ieU nuttigs te leeren, waarmede gij
u voeden en kleeden kunt," zeide de predikant; »ga
met mij naar gindschen boer, en deze zal u leeren ,
■wat het heteekent: »W/, cn gij zult ontvangen
alsmede den zin der woorden: »God geeft ieder vogel
zijn brood.^^ — Hij ging dadelijk mede, en Meindert
hiecf bij den goeden landman. Deze leerde hem nu