Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
XXIII.
SMat is Ifloviaan fgeu^asschett,
Meindert had in zijne jeugd eene verwaarloosde op-
voeding genoten , en niets van eenig belang geleerd ,
waardoor hij eenmaal den kost zou kunnen verdie-
nen. Zijn vader was vroeg gestorven, en zijne moeder
had hem in ledigheid laten opgroeijen. Toen hij
veertien jaren oud was, kwam ook zijne moeder te
overlijden , zonder hem iets na te laten. Van zijne
verzorgster beroofd, was de arme jongen aanvankelijk
geheel verlegen , en wist niet, wat hij voor den kost
beginnen zoude. Dan, in die verlegenheid vond hij,
daar hij een weinig lezen konde, de woorden: Mdt^
en n zal gegeven worden.^' •
Daar hij niets geleerd had, en geneigd was tot een
werkeloos leven , zoo kwamen hem deze woorden
uitermate gewigtig en vertroostend voor. Daar hij
den eigenleken zin dezer woorden niet begreep , zoo
dacht hij , dat de lieve God op zijn bidden hem wel
zoo terstond alles zoude geven. Hij ging derhalve ern-
stig aan het bidden om spijs, drank, kleeding , Wen-
ning enz. De predikant van het dorp, een zeer
menschlievend en verstandig man, wilde Meindert ]\iht
bezoeken, ten einde hem, zoo veel mogelijk; met
raad en daad te helpen en in zijn ongeluk te troos-
ten, Hij trof Meindert juist' in eene biddende hou-
ding aan , en beluisterde hem eindelijk. Toen de
jongeling geëindigd had en in vertrouwen op verhoo-
ring zijn amen uitsprak, zeide de predikant: »goeden
morgen, Meindert?^ — Meindert zag verwonderd om
en zeide: »goeden morgen, mijn heer!" — Wat doet
gij thans voor den Meindert? ^^ zeide de leeraar.
))Bi<lden, domine !" hernam Meindert, »Z^a^ is den
Moriaan gewasschenof met andere woorden : » ver^
geef sehe moeite gedaan zeide de predikant. »Hoe,
waarom domine?" antwoordde Meindert, »Staat er
4