Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
daden; Iiij beloofde niets vooraf, maar volbragt den
■wii des oiiderwij'/ers en maakte zicli binnen kort bij
melkster en medeleerlingen geacht en bemind.
Bij dwazen is het, waar een vleijer bijval vindt;
'tJs geen verstandig mensch^ die eenen vleijer mint,
XXVIL
HET ZIJN AL GEENE KOKS, DIE LANGE
MESSEN DRAGEN.
IVIichiel, de zoon van eenen landman^ was voor de
eerste maal met zijnen vader in de stad,. Nog jong en
onbedreven zijnde^ had hij geen denkbeeld van de schijn-
vertooning , die er al in de wereld gevonden wordt. Aan
het einde van eene naauwe straat gekomen ^ vonden zij
daar een^ man^ die hen zeer beleefd groette en zeide:
„mijnheer! wilt gij niet wat binnen komen! Gij zult
er alles naar genoegen vinden, en voor een^ billijken
prijs onthaald worden^^ De landman verwaardigde zich
echter niet, om hem te groeten en ging door, als of
hij den man niet bemerkte, „ Dat was eerst een jvrien-
delijk mrt/i," zeide Miehiel, ik dacht ^ vader had het
niet kunnen laten ^ om gebruik van zijn aanbod te ma-
ken.^^ — Gij vergist u deerlijk " zeide de vader; ^^het
was een bedrieger, die slechts op mijne beurs loerde" —
„liet zijn al geene koks, die lange messen dragen,
of met andere woorden: niet alle manschen zijn juist
diegene, waarvoor zij zich uitgeven." Een weinig ver-
der zagen zij een kostbaar gekleed man, met een (jroot
en fraai ingebonden boek loopen, „ Dat zal wel een
professor zijn,'' zeide Miehiel, „dewijl hij zoo deftig
gekleed is en een boek onder den arm draagt.'' — „Neen,'*
zeide de vader, „dien man ken ik zeer goed, het is zelfs
geen geleerde ■ en zal dit ook nimmer worden, omdat