Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
dan allerlei vragen, die de vader hem ook, zoo verstaan-
laar als mogelijk was, beantwoordde.
Eens, terwijl de vader hezig was, om een aantal jonge
boompjes te buigen en aan • regte stukken vast te hinden,
zeide Frans: „waarom doet vader datl" — Be vader
antwoordde: „ziet gij daar achter in den hof die kromme,
scheef en verdraaid gegroeide boomen wel staan 1 Deze
zijn enkel zoo krom en verdraaid opgegroeid, omdat zij,
toen zij nog rijsjes waren, niet gebogen en aangebonden
zijn. Om nu te verhoeden, dat het deze boompjes even
zoo gaat, daarom buig ik dezelve regt en bind ze aan
stokken, opdat zij regt en schoon zullen opgroeijen."
„Wel," zeide Frans, „waarom buigt vader dan die
hoornen ook niet en bindt ze aan stokken? dan zouden zij
immers ook iveder regt worden."
„Neen, mijn zoon!" hernam de vader, „deze boomen
zijn reeds te oud; — de stammen zijn stijf en onbuig-
zaam, en, wanneer men er groot geweld op deed, zou-
den zij eerder breken, dan zich regt laten buigen." „ Men
moet het rijsje buigen, terwijl het jong is."
Kort daarna kroop Fräns door de heg, met oogmerk,
om den buurman eenige mooije, vroegrijpe appelen te ont-
stelen. Gelukkig zag de v<fder dit; Frans werd eerst gevoe-
lig gestraft, en moest toen met vader naar den huurman,
om de appelen weder te geven en vergifenis te vragen.
Frans beklaagde zich hij zijne moeder over de gestreng-
heid des vaders; maar 'de verstandige moeder antwoordde-,
„uw vader buigt de rijsje^, terwijl zij jong zijn, en stuit
uwe verkeerdheid in de beginselen. Liet hij de kromme
stammen tot boomen opgroeijen, dan zouden zij niet meer
te huigen zijn, — en liet hij u in ondeugd groot worden,
dan zouitt.gij bezwaarlijk te verbeteren zijn." Doch nim-
'm£r heeft men hij Frans weder de neiging tot dieverij
ontdekt.
IJen buigt geen' ouden stam, die krom is opgegroeid;
Zoo wordt ooi; 'tbest bij 't kind do ondeugd uitgeroeid.
2*