Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Jozef was thaiis juist in eene knorrige stemming ,
en sprak: awat wilt gij daarmede zeggen boer?"
De boer hernam: muizen te vangen is het werk van
de kat, en maakt haar middel van bestaan uit. Zoo-
dra nu de kat eene muis ontdekt, steekt zij dadelijk
klaauwen en nagels uit, en pakt toe. Maar indien
men nu de iat handschoenen aantrok, dan zoude zij
niet in staat zijn , om toe te kunnen grijpen en de
muis te vangen. Nu komt het mij voor, dat iemand,
die in handenarbeid zijn bestaan moet vinden , doch
besluiteloos bij den arbeid staat, gelijk is aan eene
kat, met handschoenen aan."
Deze verklaring had eene goede uitwerking; want
naderhand, wanneer Jozef bij het werk kwam, vatte
hij den arbeid dadelijk moedig aan, en dacht: zoude
ik minder zijn dan eene kat?"
Vat men den arheid moedig aaiu,
San zal het daagHijks heter gaan.
XII.
MEN MOET HET RIJSJE BUIGEN, TERWIJL
HET JONG IS.
Koenraad was een hoomlcweelcer, die allerlei soorteh
van heestergewassen, vmchtdragende en 'andere hoornen
aanlcweekte, welke hij verkocht en zich zoodoende een
lestaan verschafte. Het laat zich gemakkelijk hegrijpen ,
dat de regie, schoone hoornen liooger ivaarde hadden, dan
zij, ivelke krom opgegroeid waren, en dat Koenraad der-
halve alles aanwendde, om zulke fraaije hoornen te ver- ■
krijgen.
Wanneer hij in den boomgaard werkte, vergezelde i
Friins, zijn zei-enjarige zoon, hem dikivijls, mi deze deed: