Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ "J
VI.
DE LUIHEID GAAT ZOO LANGZAAM, DAT DE
ARMOEDE HAAR SCHIELIJK INHAALT.
Kornelis was een handwerksman, die eene vrouw met
aclit kinderen had. Het laat zich dus gemakkelijker be-
grijpen, dat de vader druk werk had, om zijn talrijk
huisgezin te onderhouden. Hij werkte van den vroegen
morgen tot den laten avond met ijver, en kon hij zich
daardo.or al- geen ruim bestaan verschaffen, zoo leed toch
■niemand van de zijnen gebrek.
Hans , de oudste zoon, loas het volmaakte tegenbeeld
zijns vaders. Hij deed liever niets, dan iets, — moest
tot alles gedwongen worden: hij was lui.
Des morgens kon de vader hem niet uit het bed krij-
gen. De vader sprak dan: „Ilans! Hans! uit het bed!
de slapende vos vangt geene hoenderen. In het graf kunt
gij nog lang genoeg slapen. Die laat opstaat, wordt
nimmer klaar; eer hij regt aan den arbeid komt, is het
reeds weder nacht. Bij tijds te bed bij tijds lut het bed,
maakt den mensch gezond, rijk en verstandig."
Kreeg de vader hem dan eindelijk nog aan het werk,
dan zat hij daarbij lusteloos en geeuwende. „Jongen "
zeide de vader dan , „ bedenk, dat de ledigheid een roest
'is, die veel meer vermoeit en aantast, omdat zij ons ver-
zwakt. De sleutel, die men *likwijls gebruikt, is altijd
blank. Traagheid maakt alles moeijelijk, de vlijt alles
ligt. Bemint gij ket ^even, zoo vernietig den tijd niet;
want hij is de stof, waaruit het leven gemaakt is."
„Och, zeide Hans dan dikwijls, „wat hebben wij we-
der veel te doen! Dat arbeiden houdt nimmer op!" De
vader zeide dan: „Jongen! bedenk, dat er geen honig
zonder werk is, en geen brood zonder arbeid verkregen