Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80 DE LOFZANGEN.
Waardoor mij al des Heeren goed,
Geregtigheid en leven.
Verworven is en God voor mij.
Een Gfld van zaligheden zij.
En Zich aan mij komt geven.
3. Als ik den naam van Jezus zeg.
En 't heil daarin gelegen.
Het regt bezie en overleg,
Dan is mijn hart genegen
Om U O Jezus Godes Zoon!
Verheerlijkt op uw Vaders troon,
Naar wien de Heid'nen wenschen.
Te leven als mijn hoogste goed,
Gij zijt het die ik noemen moet,
Den schoonste aller menschen.
4. Een zon van 't allerzuiverst licht.
Voor mijn verduisterd harte.
Die mij doet zien mijn werk en pligt.
Dat ik met diepe smarte
De plagen van mijn harte ken,
En hoe verdorven dat ik ben.
En zondig in mijn daden;
En dat in zijn gemeenschap is.
Een zee van zaligheid gewis.
Genade voor genade.
5 Al zit ik nog zoo diep in schuld.
Des Borgs geregtigheden
Id nood die alles heeft vervuld,
En wat zijn Priesters deden,
Die zijn mijn losgeld en rantsoen.
Ik heb geen and'ren prijs van doen,
Ik kan in Gods gerigte
Volkomen met dien Borg bestaan;
liet zal mij eeuwig,wel vergaan.
Hier moet de Satan zwichten.