Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 87
Zulk een zaligheid genoot.
12. i'at onmiddellijk zien raa Gh)d,
O dat leven in genot,
Van de hemelsche wellusten
Zalig vólk dat na den dood.
Die al uwe wensehen bluschten,
Zoo een zaligheid genoot,
13. O! dat vlekkloos heillig zijn,
Mat geneest in alle pijn.
Met Gods heerlijk beeld verzadigd,
Zalig volk dat na den dood,
01 hoe wonder begenadigd,
Zulk een zaligheid genoot.
14. Vader Geest en Vaders Zoon,
In zijn glans op zijnen troon,
Zonder wolke te aanschouwen,
Zalig volk dat na den dood,
O wie zou die keus berouwen,
Zulk een zaligheid genoot,
.15. Eeuwig is een heete gloed,
Van Gods oneindig zoet,
Gansch te gloeijen en te branden;
Zalig volk dat na den dood.
En in vrede daar belanden.
Zulk een zaligheid genoot.
16. 't Eeuwig en oneindig goed.
Dat de wensch volmaakt voldoet,
Eeuwig ongestoord genieten;
Zalig volk dat na den dood.
Wie zou zulk een weg verdrieten.
Zulk een'zaligheid genoot.
17. Te leven in 't volmaakt genot.
Van een eeuwig zalig God.
In een zee van heil te zwemmen;.
Zalig volk dat na den dood