Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70 DE LOFZANGEN.
Naar 't eeuwige verderf toe loopert?
Almagtig Koning! grijp mij aan,
En toon in mij uw alvermogen.
Gij hebt er velen uitgetogen,
Oie eeuwig stonden te ve gaan?
11. Moet dan mijn ziele ten verderven
Hebt Gij genoegen in mijn sterven?
Zal mijn verdoemenis uw eer.
En uwen grooten naam vermelden?
Wie in 't verderf uw lof vertelden.
Ontferm U "avids Zoon en heer!
12. 't Is waar het zijn mijn eige schulden
Die mij den reiiien schat vervulden.
Van vloek ik heb het wel verdiend.
Ik ben een eeuw'ge straffe waardig.
Gij groote God Gij zijt regtvaardig
Schoon Gij mij nooit uw gunst verleent
13. Maar zoo z;jn alle .Adamskinderen,
Geen zonde kan uw werk verhinderen.
Gij hebt uw Zoon tot IJorg bepaald:
'He heeft verworven eeuw,ge vrede, '
En aangebragt geregtigheden.
En voor de zonde eens betaald.
14. -t Is toch maar enkel op genade,
Dat mijne ziele pleit wel spade.
Maar niet te laat de zaligheid,
Wordt mij dan vrijelijk aangeboden.
Gij laat mij nog gedurig nooden,
Ik leet nog in een vindenstijd.
15. Gij zoudt den roem van uwe deugden
Verhoogen, 'd Engelen zich verheugden
In mijne eeuwige zaligheid:
Ach doe het dan om uwen Zoone,
Ik werp dan eeuwig mijne kroone.
Voor uwen troon in herrlijkheid.