Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78 DE LOFZAjNGEN
Ach Wa.ir zal ik mij'wenden h-een,
Met mija groote schuld?
Ach werd mijn ziele met geween,
Ea met smart vervuld dat zou mijgeveu hoop'
En maken blij mijn loop, Tot God:
Mijn volzalig deel en lot; Jezus is 't alleen,
Daar mijn hart gaat heen; Naardien Levens vorst
Mijne ziel gedurig dorst,
2 Was Jezus niet zoo zaalge Borg,
Ach! waar g-ing ik heen?
Waar vlood mijn ziel zoo vol van zorg
't Eeuwige geween: Was mij wis daabereid
Jezus is zaligheid. Alleen,
Jezus is 't anders geen, Jezus is 't alleen
Daar mijn hartgaat heen: Naar dien Levensvorst
Mijne ziel gedurig dorst.
o. Ach! waarom zwert ik buiten om?
Jezus is genoeg, Hij is mijn Borg in 't heiligdo m
Kom ik laat ofvroeg, i ieentreen totzijn troon
Met geween Godes Zoon, Zoo gfoot.
Schenkt mij leven in den dood;
Jezus is 't alleen, Daar mijn hart gaatheen
Naar dien Levensvorst, Mijne ziel gedurig dorst
4.0 dwaze die hetleven vond In uw eigen doen
En nimmermeer verlegen stond.
Om het ziels rantsoen, O mijn hart heeftgeen rust
Mijne smart, niet gebluscht, Uw bloed,
Jezus reinigt mijn gemoed Jezus is 't alleen
Daar miju hart gaat heen Naar dien Le vensvorst
Mijne ziel gedurig dorst.
5. O nergensisgeen zielerust, Jezus is mijn lot
Ja Jezus is mijn hartelust,
Mijn volzalig God.- 't Zoete Lam waard bemind
Mij aannam tot zijn kind. Altoos,
Mij zoo snood en zondig boos, Jezus is't alleen