Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 63
'k Ben vreemde heeren^moede;
't Akkoord wie'd voort,
Klaar geschreven, en daar neven,
Aangebonden,
't Zegel van verzoende zonden:
7. Laat God getuigen die het weet,
Het harte wierd opregt gereed
Geen zonde uitgenomen;
Geveinsdheid was bij ons gehaat,
Ver boven al het zondig kwaad,
Regt naar den aard der vromen.
Wilt Gij, Heer! vrij,
Diep doorzoeken de schuilhoeken.
Onzer harten,
't Is bedrog vervuld met smarte,
8. Maar 't is een ongeveinsde daad,
Gedaan met oordeel en beraad,
,Zoo laat ons vrolijk zingen,
En roemen, p ijzen uwen uaani.
Met hart en stemmen aangenaam.
Als zaal'ge hemelingen
Wekt nu, trekt nu,
't Hart naar boven om te loven
'd Eeuw'ge Liefde,
Die -ons zoetlijk 't hart doorgriefde.
9. Nadat 't kontract gesloten was,
Het pronkkleed wierd uit 's hemels kas
Van boven afgezonden.
De ring en 't fijnste linnenwaad,
wierd aangedaan tot prouksieiaad,
In plaats van 't vuil der zonden,
't Wierd ook 't wierd ook,
Mij gegeven en daarneven,
Liefdepanden,
Vulden oog en hart -en handen.