Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 61
Vrijgekochten van Gods Zoon,
Eeuwig 'zullen zegenpralen,,
Met het Lam op zijnen troon.
15 Eeuwig zullen triurofeeren.
Verre boven zon en maan. -
Eeuwig zal ik daar verkeeren.
In den rei der zaal'gen staan.
Zou ik dan dat volk verlaten,
Daar ik met haar eens genoot,
't Eeuwig wandelen langs de straten,
Van den Hemel, na den dood.
Lofzang op het Geestelijk Huwelijk.
Stem: Hoe schoon ligt ons de morgenster.
1. 27ste Lied
Komt, Christen vrienden! heft uw oog,
Uw hart .en ziel van hier omhoog,
Om 't wonder 't aanschouwen,
In onze Liefde die ons uit.
Zeer vrije liefde tot zijn bruid^
Verkoos en wilde trouwen:
En toon, zeer schoon.
Komt wilt zingen hupp,leu .springen,
Met uw harte,
Tot verzacliting uwer smarte.
2. O zalig uur, toen Jezus kwam,
En op ons zag en toen Hij nam,
Ons vriendelijk in zijn armen,
Wanneer Mij in barmhurtigheïd,.
En liefde sprak: het is de tijd.
Om mij nu to ontfermen,
Hij sprak: en brak.
Met zijn woorden die bekoorden, .
Onze zielen.
Dat zij als in onmagt vielen.