Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58 DE LOFZANGEN.
't Zijn de kind'ren van mijn Vader.
En van 't zelfde huisgezin;
Wij bestaan elkand'ren nader.
Dan de band van aardsche minT
2. Ach hoe kan 't mijn hart vervoeren
Als dat volk aan mij verhaalt.
Waar gevallen zijn hun snoeren,
En haar harte onbepaald,
Aan den Heere is verbonden,
Hoe ze omhelsden 't Godes Lam,
Tot verzoening- van de zouden,
Hoe haar Jezus"'t harte nam.
3. Juist mijn eigen harte talen.
Spraken zij met zoeten toon.
Als dat volk mij ging verhalen,
Hoe zij met G&ds eigen Zoon,
Jn een zalige ondertrouwe.
Zijn vereenigd naar den Geest,
Als zijn bruid en echte vrouwe,
Nu en namaals 't allermeest.
4. Onuitsprekelijke banden:
Eenen geest en een van zin,
Al was 't volk van verre landen,
't Harte smolt toch zamen in;
Elk verhaalt zijn weg en zaken,
Hoe hem jezus is ontmoet,
Ondertusschen ziet gij blaken.
Hunne ziel in liefde zoet.
5. 't Zelfde werk en 't zelfde leven,
\\ as er dikwijls omgegaan.
Even als 't mij was gegeven.
Dit deed mij verwonderd staan:
Zegg' ik ben met 's Heeren kind'ren
Een van weg eiv een van hart,
Dit deed ongeloof verminderen.