Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 57
10. Was mijn harte niet verheugd,
En vol vreugd, Ja vervuld met zoete vrede,
Toen mijn ziel met ü, o God! Als haar lot.
Roemen kon in eeuwigheden,
11. Was die vreugd dan maar bedrog.
Proef mij nog.
'k Wil niet voor den Heeren liegen.
Geeft mijn ziele nu nog licht, En gezigt,
Dat ik Mij niet mag bedriegen.
12. Is niet nog miju hart o Heer!
Voor u teer, Met hoogachting ingenomeu
Uw gemeenschap en gebied, Is dat niet
Mijn vermaak met al de vroomen
13. Is niet Heer mijn hart gezet
Om uw wet. En uw weg te bewaren?
En dat ik mijn harte. Heer! Langs hoe meer,
Daartoe aan U mag verklaren,
14. Doe mij steeds geloovig staan,
Op uw paan,
Leer mij wand'len zonder vreezen,
Laat het zondig ongeloof. Nooit een roof,
Van mijn ziele blijdschap wezen.
15. Dan zal regt de ziel van mijn,
Bezig zijn. Om U eere te bewijzen,
Tot ik eeuwig boven 't stof, Uwen lof,
En uw heerlijkheid zal prijzen.
De Vereeniging met des Heeren Volk,
Steo); Wie sleet heugelijker dagen.
1. 20öte Lied.
Zoete banden die mij binden
Aan des Heeren lieve volk,
Wist zij zijn mijn harte vrinden,
Hunne taal miju harte tolk;