Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 DE LOFZANGEN.
Hoor het zuchten van mijn hart; Dat verward,
Steeds in' ongeloof blijft hangen.
2 Schenk mijn ziel geloof en licht, En gezigt
Van uw geest aan mij gegeven;
Leer mij kennen 's Heeren werk. En uw merk
Opdat ik in blijdschap leven.
3. Roept met licht en kracht mij toe Ziele! hoe
Leeft gij zoo vol angst en vreezen?
'k Ben uw God uw deel en lust, Iloe gerust.
En vol blijdschap zou ik wezen.
4. Hebt gij niet o Heer mijn hart
Toen 't met smart,
Door de zonden was verbroken.
Door uw geest op'tonvoorzienst. Tot uw dienst
Zuiverlijk in liefde ontstoken,
5. Heb ik mij niet Godes zoon. Voor uw troon
Gansch veroordeeld als onwaardig.
En mij zondig Adamskind, Naakt en blind.
Regt gezien en God regtvaardig?
6. Dreef mij dat niet naar U heen Met geween
Kwam ik niet met al mijn zonden.
Tot U vlugten gansch verbaasd, Om met haast,
Mij te zien in ü gevonden!
7. Ben ik niet met al mijn schuld. Zoo vervud,
En omringd met zielsellemlen.
Mij aan U geworden kwijt. Toen ter tijd?
Kwaamt Gij U niet tot mij wenden,
8. Zei mijn hart niet vroeg en spa;
Vrolijk ja. Op uw aanbod van genade?
Zelfs doorkruisen tegenspoed. Goed en bloed
Kon ik dat niet al versiLaden,
9. En is dat niet en nog meer. Toets dan Heer
't Werk van uw eigen handen,
Was't mijn eigen liartsbedrog.'k \Vil dan nog
Mij geheel aan IT verpanden.