Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54 DE LOFZANGEN.
12. Vaarwel nu wereld lust en goed.»
Mijn Jezus i's mijn leven,
Mijn goud mijn lust mijn al ik moet.
Mij nu aan Jezus geven;
Vaartwel nu. Satan! zonden zaam
ik zweer u af, den grooten Naam,
Van Jezus moet ik prijzen.
En leven als zijn echte bruid,
Ik schei er met de wereld uit,
God wil mij gunst bewijzen.
Psalm 31. O hoe groot is uw goed.
Stem: Verblijd, verblijd u 't alle tijd.
1 ^ 24ste Lied
Welaan mijn ziel mijn waarde pand.
Klim boven 's hemels sterre 's hemels sterre,
En ziet uw rust in 't vaderland,
Hier door geloof van verre,
Rust en eeuwig vreugd rust enz.
2. 't Is in die stad zuiver Goud
Die God met eigen handen eigen handen,
Heeft wonder kupstig ongebouwd,
Daar zult gij eeuwig landen.
Wacht het moedig in: wacht het enz.
3. Daar zal ik over 't booze rot.
Mijn ziel niet meer ontrusten meer ontrusten
Maar in gemeenschap met mijn God,
Mij zaliglijk verlusten,
'k Ga dan moedig voort; 'k ga enz
4. Dan zal 't gewoel van deze aard,.
Mijn zielerust niet stooren rust niet stooren
Maar hart en aandacht zijn bewaard,
Door 's hemels werk te hooren,
't Lied der eeuwigheid; 't hed enz.
5. Mijn Goëls lieflijk aangezigt