Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48 DE LOFZANGEN '
Mijn hart'bij uwe paden,
En oiaak mijn harte steeds bereid,
Verg-un mij uw genade.
Dat ik met lust. En tot mijn zielerust,
Mij daarmee mag verzaden.
7. Al leer in voor en tegenspoed,
Hoe ik mij moet gedragen.
Bewaar mijn hart voor ijd'len moed,
En voor mismoedig klagen;
Mijn zondig liart. Dan hier dan daar verward
\ Leer dat uw welbehagen.
8. Ai leer mijn ziel in duisternis.
De kunst van 't waar vertrouwen.
En als mijn licht geweken is.
Op die beloften bouwen.
Ik ben uw God! Uw zalig deel en lot!
Die trouw en woord zal houden.
9. Ai leer mijn ziele in ootmoed.
Met nederigheid en vreezen,
Verloocliend en met 't hoogste goed,
■, Alleen te vreden wezen;
Dan zal mijn wil, In al uw doen zijn stih
Als Gij maar wordt geprezen,
10 Ai leer mijn ziele boven 't stof
Met arendsvleugelen zweven,
En hier tot heerlijkheid en lof.
Van uwe deugden leven,
Zoo" leer ik 't werk Waartoe ik boven 't zwerk
Zal eeuwig zijn verheven,
Want gij zijt de Tempel des levenden Gods
Stern Jioe schoon licht ons de Morgen.ster.
1. 22de Lied
'Oneindige Opper-Majesteit!
Wiens woning is in eeuwigheid,