Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS 45-
Tot mijn diepe ziele smart;
Met ootmoedig- klagen, kermen,
En belijden van mijn schuld.
Roepen: Heer! -wilt u ontfermen,
Was mijn hart en mond vervuld; Was enz
5. Ach ik dacht wel duizend malen;
'k Heb mijn schuld te groot gemaakt
'k Ben van top tot teen vol kwalen.
Waar is zoo een vrij geraakt.
Dus verloren buiten hopen,
. Lag ik neder vol eilend.
Door 't geloof naar Jezus loopen.
Was mij vreemd eu onbekend, Was enz,
9. "us verlegen en__beladen.
Met mijn ziel en^zondenschuld,
Riep ik enkel om genade
Heere, hebt met mij geduld:
Straf mij niet in uwen troon.
Gij die zoo gereed vergeeft
Mog-t ik eens die stemme hooren:
Leett in uwen bloede leeft, Leeft enz.
7. l»oe behaagde 't God te ontfermen^
Mij van eeuwigheid bemind,
Die nu lag te klagen kermen.
Aan te' nemen tot zijn kind.
En mij Jezus te openbaren,
't Zag hem in zijn heerlijkheid.
Als door Wien een gansche schare
Was tot zaliglieid geleid, Was enz.
8. Dié de magt bezat tt^n leven,
Om mijn ziele nii ontbloot.
En van alles afgedreven.
Vrij te maken van den dood.
'k Zag Hem rondom v^ol genade,'
^Uanscii gevvillig en bereid
Om met al mijn schulde bladen,