Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 37
Mij ea .«ipreekt eens uit nw hart,
■Zeg raij loch wat is in leven,
En in dood en alle smart
't Geen uw ziele kan verblijden.
Hier in dezen zuchtenstijd
,A. Dat ik ziel en ligchaam beiden.
Zalig ben geworden kwijt zalig enz.
2. Dat ik niet mijn zeiven eigen,
Ben maar Jezus toebehoor,
V. Zalig dunkt mij moet gij zwijgen
Is er niemand die verkoor
Ooit een anders slaaf te wezen,
Vrij en blij gaan hand aan hand?
A, Ja zoo dacht ik ook^voor dezen,
't Scheen mij zulk een engen band't enz
3. Vrijheid, riep ik: is mijn leven
'V. Waarom is 't dan nu zoo veil,
In die banden u te geven,
Is er zaligheid en heil;
In dat eigendom te vinden?
A, Ja gewis en hoor mij dan
Was er ooit een dwaas en blinden.
Die zich zeit regeren kanÄ die enz.
4 V. Christen wel hoe lang zal 't wezen
Dat gij Jezus toebehoort!
A, 'k Hoef voor 't einde niet te vreezen
^k Heb geleerd uit 's Heeren woord
Schoon die band van lijf en ziele.
Werd verbroken te zijner tijd,
Jezus volk dan nog behiele.
Hem, haar deel in eeuwigheid Hem enz
5. V. Kan een ziel vervuld met zonden
Een melaatsclie gansch onrein,
Vol van striemen en van wonden,
't Eigendom van Jezus zijn?
■ A, Ja, want Jezus heeft volkomen