Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 35
En reikt de hand van vreden.
2. Gods eigen kind en VVonderzoon
Van eeuwigheid geboren,
Verlaat zijn hoogen hemeltroon,
En draagt des Vader toren:
Hij stort zijn eigen hartenbloed.
En bluscht daarmee Gods toorngloed
Waarvoor de bergen beven.
Zijn dood is mij het leven.
3. Het heil daar in den ouden dag.
't Geloovig volk op rustte.
Daar Mozes schaduwet op zag.
Die Zone, die zij kuste.
Die zich den Vader heeft gesterkt
En daar zij door den Geest bewerkt
Haar eeuwig heil op bouwde.
En door 't geloof aapschouwde^
4. De Godheid die beleedigd is
O grondeloos ontfermen.
Die roept: Komt hier Ik zal gewis.
Met liefde u ontfermen;
Komt hier met al uw schuld belaan,
Het zal u eeuwig wel vergaan.
Ik ben voor al uw zonden,
Verzoeningen gevonden.
5. Hier- is geregtigheid en geest,
Genade volheid leven.
Komt maar vrijmoedig onbevreesd
Wat staat gij zoo te beven?
Kom geeft u zeiven maar aan Mij
Ik zal u eeuwig maken vrij.
Kom Wilt u op Mij wagen.
Want dat is 't welbehagen
6. Van Hem die Mij gezonden heeft
Dat die 'den Zoon aanschouwen.
En zich geloovig overgeeft