Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2G DE LOFZVNGEN
Om op zulk een hoogen toou
Als men ooit op Israels Feesten
Hoorde God en zijnen Zoon.
't Haleluja toe te zingen.
Zalig die hier -wordt bereid,
Om met al die hemellingen,
In volmaakte heerlijkheid
8. God te kennen en te aanschouwen.
God te dienen en zijn lof.
Zonder zonde smart en rouwe.
Uit te galmen laat het stof.
Voor de wereld hier beneden,
Die geen honger goed en kent.
Sluit er voor uw oogenleden,
Spoedt u naar dat zalig end.
9. Zoekt maar spoedig voort te loopen,
Hier in dit benedenperk,
Als die door geloof en hopen,
Zien op 't einde van hun werk;
Laat uw ziele in verlangen, .
En u'w oog gevestigd' staan,
Op dien prijs die opgehangen
Is, aan 't einde van de baan.
Avondzang.
Stem: O Kersnacht schooner dan de dagen
1. 12de Lied
O 'God in 't eeuwig licht gezeten,
O wezen nimmer afgemeten.
Ik breng mijn avond-offer weer.
En leg het neder voor-uw voeten,
Ei wil mijn ziel met heil ontmoeten,
En laat 't ü welgevallen Heer.